Onze grote, vriendelijke (sneeuw)kat Yeti is echt een grote jongen. Zelfs iets te groot. Meneer woog bij binnenkomst 7,2 kilo. En dat terwijl hij een week buiten gelopen had zonder eten. Gek genoeg is hij hier niet echt een grote eter en laat altijd een beetje staan voor later. ‘Je weet maar nooit’, lijkt hij te denken.
Spannend
De eerste dagen wilde hij niet altijd aangeraakt worden en was hij wat wantrouwend. Niet gek, want al die nieuwe gezichten en handjes die iets van je willen, dat is spannend. Maar zolang je maar lief tegen hem praatte, ging zijn interne motortje toch draaien en lag hij heerlijk te spinnen op zijn plank. Die plank in het hok waar hij maar net op past met zijn geweldige lijf.
Als je maar lang genoeg praatte, draaide hij zich op zijn zij met zijn kop ondersteboven en mocht je hem gek genoeg wel zachtjes onder zijn teentjes kriebelen. Waarna hij als reactie zachtjes zijn nageltjes samenkneep om aan te geven: ‘Ik vind het echt heel gezellig zo.’
De beste plek
Nu is Yeti intern verhuisd naar de losloopkamer en daar zien we hem helemaal tot leven komen. Hij heeft de kamer goed geïnspecteerd en besloten dat het aller-, allerbeste plekje in de zachte speeltunnel is. We zijn hem allemaal al een keer kwijt geweest. ‘Yeti, waar ben je nou?’ Waarna we een zacht gesniffel hoorde vanuit de tunnel: ‘Ik ben hier!’
Hij geniet met volle teugen van het kroelen en aaien en loopt als een koning door de kamer. Ook vindt hij het best interessant dat er soortgenootjes zijn, maar we weten nog niet zeker of dat een leuke interesse is of dat hij ze eigenlijk uit zijn koninkrijk zou willen verbannen.
De wondjes op zijn neusje genezen, net als zijn vertrouwen. We zijn er zeker van dat we binnen korte tijd voor hem op zoek kunnen gaan naar een nieuw thuis.




