Stappenplan vogelhuisje bouwen

Leuk, samen met de (klein)kinderen een vogelhuisje bouwen, buiten, weg van alle beeldschermen en één met de natuur. Omdat steeds meer natuurlijke nestplaatsen verdwijnen, help je zo de vogels een goed nestje te bouwen. Met als grote beloning een nest vol vogeltjes!

Welk hout is geschikt?
Zorg ervoor dat je weerbestendig hout gebruikt, zoals eiken of beuken. Watervast multiplex kan ook. Een nestkastje van houtbeton warmt in het voorjaar sneller op. Vogels kunnen dan al eerder in het jaar beginnen met hun nestje. De kans op een tweede of derde broed is dan groter.

Een andere tip is om het hout te lakken met een lak of beits die beschermd tegen water. Let er wel op dat de lak of beits vogelvriendelijk is en dus niet giftig is voor vogels.

De juiste opening
De grootte van de vliegopening en de afmetingen van het vogelhuisje zijn bepalend voor de vogelsoort die je aantrekt. Kijk dus eerst welke vogelsoorten in je tuin voorkomen en zoek dan een bijpassende nestkast uit.

  • 25 – 28 mm: kleine mezen, zoals de pimpelmees en zwarte mees
  • 32 – 35 mm: koolmees, kuifmees, boomklever, bonte vliegenvanger, huismus, ringmus en gekraagde roodstaart
  • 45 mm: spreeuw en grote bonte specht

Stap 1. Wat heb je nodig?
De maten die hier genoemd worden, zijn geschikt voor een vogelhuisje voor een koolmeesje. Wanneer je graag een vogelhuis maakt voor een grotere vogelsoort, zorg dat je de opening dan groter maakt zoals eerder beschreven.

Alle plankjes worden uit een plank met een breedte van 15 cm gehaald, behalve het dakje.

  • 1 achterwand van 27 cm
  • 2 zijwanden , waarvan de voorkant 22 cm lang is, de achterkant 26 cm lang
  • 1 dakje van 18 bij 18 cm, of iets langer voor de waterafloop
  • 1 voorkant van 23 cm met een opening met een diameter van 32 mm
  • 1 bodemplank van 12 cm lang

Stap 2. Op maat zagen en afwerken
Teken de juiste maten af voor je vogelhuisje en zaag de delen op maat. Schuur de randen met schuurpapier glad, zodat er geen scherpe randjes aan zitten waar de vogel zich aan zou kunnen verwonden.

Stap 3. De vliegopening boren
Boor de juiste vliegopening voor de juiste vogelsoort. De vliegopening boor je 18 cm vanaf de onderzijde aan de voorkant. Leg er ter bescherming een stukje afvalhout onder en boor tot net in het afvalhout. Zo krijg je een mooi glad resultaat.

Stap 4. Montage
Tijd om het vogelhuisje in elkaar te zetten! Monteer de zijkanten op de achterkant met waterbestendige houtlijm en gebruik daarbij spijkers of schroeven. Voorboren voorkomt dat het hout gaat splijten! Vergeet niet in de achterwand aan de boven- en onderkant twee ophanggaatjes te boren. Dan kan je het huisje zo meteen gemakkelijk ophangen.

Als de zijkanten aan de achterkant vast zitten, kan je de voorkant monteren aan de zijkanten. Gebruik ook hiervoor de waterbestendige houtlijm en spijkers of schroeven.

Stap 5. Dakje maken en afwerken
Om het dakje zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de achterwand, kan je de achterste wand (die in de breedte) onder een hoek van 20º vijlen, schaven of zagen.

Je kan het dakje monteren door middel van twee scharniertjes aan het dak en de achterkant. Of je kunt er voor kiezen om aan de onderkant van het dakje een paar extra plankjes te monteren. De afmetingen hiervan zijn 5mm minder dan de binnenmaten van alle vier de wanden. Het dak ligt door deze extra plankjes min of meer vast.

Een stukje dakleer of velletje lood zorgt dat de regen er gemakkelijk afloopt en niet direct op het hout terecht komt.

Stap 6. Bodem maken
De laatste stap, de bodem! Monteer de onderkant met de houtlijm en spijkers of schroeven aan de andere wanden vast. Er hoeven geen gaatjes in de onderkant gemaakt te worden. Als er gaatjes in zitten, is het mogelijk dat de kou er in trekt of dat er insecten in het nest of bij de vogeltjes komen.

Waar ophangen
Het vogelhuisje moet op de juiste plaats hangen zodat het een aantrekkelijk plekje is voor de vogels. Op de website van de Vogelbescherming vind je handige tips.

 

Bron: Boerenbond