Het is bijna onbegrijpelijk dat Cooper van de straat komt, want ik zou dan verwachten dat hij wat afstandelijker en bang zou zijn, maar vanaf het eerste moment voelde hij zich thuis bij mij. Ook als er visite is, rent hij niet weg maar laat zich gelijk aaien. Hij is zo’n lief en vrolijk ventje dat wil knuffelen en ‘s-avonds bij me wil liggen op de bank. Maar ook spelen met touwtjes en de vlinder, en hij brengt balletjes soms als prooi naar me toe. Hij zit veel in het raamkozijn alles buiten te volgen, of ligt op mijn bed naar de vogels in de tuin te loeren – dat word wat van de zomer!
Hij heeft vorige week een ‘huisje’ gekregen en gaat erin liggen als hij wil slapen, zo schattig. Mijn andere katten hadden nooit iets met mandjes, maar ik ben blij dat ik het toch gekocht heb voor hem. Ik snap ook helemaal de opmerking die werd gemaakt toen ik er was over dat hij dankbaar is, want dat laat hij duidelijk voelen.


