Vogels zien ons als roofdieren

 In In het hospitaal

Op deze pagina nemen we de lezer mee achter de schermen van het Dierenhospitaal. Wat gebeurt er allemaal bij ons? Hoe worden de dieren verzorgd? En wat komt er bij kijken voordat een dier uitvliegt? Je raadt het al: in dit stuk gaat het over de verzorging van vogels. 

Als we het over het totaal aantal huisdieren in Nederland hebben, dan zou je denken dat van de circa 33,4 miljoen de honden en katten het merendeel vormen. Maar niets is minder waar. Op de eerste plek staan de 18 miljoen aquarium- en vijvervissen, die rondzwemmen als huisdier in ons land. En op de tweede plek staan 5 miljoen postduiven, gevolgd door de zang- en siervogels met een aantal van 3,9 miljoen. Op vier en vijf komen pas de katten (2,6 miljoen) en de honden (1,5 miljoen).

Van de top drie gaan de Aquarium- en vijvervissen er logischerwijs niet zo snel vandoor. Blijven over de vogels. ‘Mensen beseffen zich niet of nauwelijks dat gezelschapsvogels ook in asielen terecht komen,’ vertelt Cherinda Caspers, terwijl ze op de bank voor de ingang van het dierenhospitaal even van het zonnetje geniet. ‘In heel veel regio’s is het ook niet gebruikelijk dat vogels worden opgevangen door een asiel. Wij doen dat gelukkig wel. In onze regio gebeurde het ook niet, dus zijn wij in het gat gesprongen, ook omdat we er de ruimte voor hebben.’

Cherinda, die zichzelf als all-rounder met hoofdtaak dierenverzorging omschrijft, is gek op alles wat loopt, zwemt en vliegt, maar het is vooral de laatste categorie die haar extra boeit. Misschien komt dat omdat ze er zelf ook regelmatig uitvliegt en van verre reizen houdt. Al is de kans groter dat het alles te maken heeft met het sociale karakter van met name de kromsnavels, zoals papegaaien, parkieten en agapornissen.  Wat dat betreft zijn het uitstekende en geliefde huisdieren die net als katten en honden veel verdriet veroorzaken bij de eigenaar als ze – letterlijk en figuurlijk – gevlogen zijn.

‘Ook de routing in het hospitaal als er een kromsnavel of volière-vogel gevonden wordt,’ vertelt Cherinda, ‘verschilt niet veel van die van bijvoorbeeld de kat. Als een vogel gevonden wordt en die is gewond, dan gaat het diertje eerst naar een dierenarts. Om het te laten nakijken. Als de vogel vervolgens bij ons komt, dan kijken we het dier na of het geen luizen heeft of kleine verwondingen. De volgende stap is dat de vogel in quarantaine wordt gezet. Daar wordt het de eerste twee dagen in de gaten gehouden of er niets geks aan de hand is. De meeste vogeltjes worden gelukkig vrij snel gevonden, dus die mankeren meestal niet zo veel. Maar als het dier bijvoorbeeld onderkoeld is, dan gaat het niet in een hokje, maar in een couveuse, zodat het warm kan worden gehouden. Net als bij een hond of kat geven we de vogel ook op aan Amivedi. Als een eigenaar zich na twee weken nog niet heeft gemeld, dan mogen we op zoek naar een nieuw thuis voor het dier. En gelukkig komen er dan regelmatig mensen bij ons die op zoek zijn naar een vogeltje.’ We proberen vogels zoveel mogelijk te koppelen, zodat ze als paartje geplaatst kunnen worden.

Er is één iets waar men in het hospitaal wel geduchter op is als het vogels betreft en dat is of ze ziek zijn of niet. Vogels verspreiden namelijk ziektes waar ook de mens bevattelijk voor is, zoals bijvoorbeeld de papegaaienziekte. Cherinda: ‘Bij ook maar de minste verdenking van een ziekte, zoals een vogel die niet goed in zijn veren zit of een beetje benauwd is, gaat het dier meteen in quarantaine. Papegaaien worden met het oog op de papegaaienziekte altijd apart gezet. En we gebruiken handschoenen en mondkapjes, want vogels verspreiden veel stof, waarin ziektekiemen kunnen zitten.’

Die extra aandacht is het Cherinda in ieder geval allemaal waard. Want ze vindt het geweldige dieren: ‘Kromsnavels zijn intelligent en kunnen vrij goed kopiëren. Een tamme vogel ziet een mens vaak als een partner en niet als een mens. Neem papegaaien of parkieten; die willen soms bijna in je kruipen, zo gek zijn ze op je. Het verklaart ook waarom ze juist agressief kunnen zijn. Als jij een vrouwelijke papegaai zou hebben en ik zou je kussen, dan zou het dier kunnen denken: ‘Wat doe jij nou? Dat is mijn partner!’

En dan zit je als kromsnavel opeens in een onbekend hok, ver weg van je ‘partner’ bij wie je je veilig voelt en op je gemak. En dat is rot, maar je bent in in ieder geval wel mensen gewend. Bij volière-vogels, die niet tam en geen handen gewend zijn, is het pas echt stressen. ‘Dichtbij contact,’ vervolgt Cherinda, ‘kan voor zo’n vogel heel bedreigend zijn. Wij mensen worden ook als roofdieren gezien, omdat onze ogen aan de voorkant zitten.  Bij vogels is het dus van belang dat als je ze pakt, dat je dat zo snel mogelijk en zo veilig mogelijk doet. Verder moet je ze gewoon goed observeren. Hoe is hun gedrag? Zitten ze te krabbelen? Zitten ze bol? Als ze bol zitten, voelen ze zich onaangenaam.

Over de vraag wat deze vogelliefhebber nog graag zou willen voor de vogels die binnen komen in het hospitaal, hoeft ze niet na te denken. ‘Speeltjes,’ zegt ze resoluut. ‘Vogels komen bijna altijd alleen hier binnen. En dan vormen ze nog geen koppeltjes. Dan hebben ze nog niemand om zich mee te vermaken. Speelgoed zou dus geweldig zijn. En dan vooral speeltjes die ze mogen slopen, kapot mogen maken. Dat vinden ze helemaal geweldig!’

 

Recent Posts