Vogels voeren in de winter
  1. Home
  2.  » 
  3. Preventie & Advies
  4.  » Vogels voeren in de winter

Vogels voeren in de winter

8 februari 2021

Bij strenge kou of sneeuw kunnen vogels buiten wel wat hulp gebruiken. De insecten zijn weggekropen, de bessen raken op en zaden zitten verstopt onder sneeuw en ijs. Om ze echt te helpen moet je wel weten wat ze nodig hebben. En wat niet.

Vogels zijn verstandige eters. Ze gaan altijd op zoek naar een gevarieerd menu en leven nooit alleen van het voer dat ze van mensen krijgen. Maar het is wel welkom! In het voorjaar en de zomer hebben vogels vooral dierlijke eiwitten nodig, zoals insecten, meelwormen en rupsen. In de herfst en winter zijn producten met vet goed omdat die meer energie geven. Bijvoeren kan trouwens het hele jaar door.

Wanneer voeren?
Vooral kleine vogeltjes verliezen in een koude nacht tot 10 procent van hun gewicht. Dus in de ochtend rammelen ze van de honger. Voer daarom ’s ochtends én tegen het eind van de middag, om de nacht door te komen. Geef niet te veel ineens, want dat trekt ongedierte aan.

Hoe en waar voer je?
Dat verschilt per vogelsoort.

  • Op de grond: voor heggemus, winterkoning, vink, roodborst en merel leg je voedsel op de grond. Maak een sneeuwvrije plek op de grond of gebruik een grondvoedertafel. Strooi ook wat in de buurt van struiken of een haag, zodat ze bij gevaar snel kunnen wegkruipen.
  • Voederhuisjes: met een voederhuisje blijft het voer droog. Een groter huisje trekt grote én kleine vogels aan, in kleine huisjes kunnen alleen de kleine vogels terecht.
  • Voederplank of tafel: een plank is goed voor strooivoer, appels, rozijnen, havermout, aardappelen of (ongezouten/ongebrande) pinda’s. Zet hem op een open plek, zodat vogels vijanden aan zien komen. Omdat op een plank grote én kleine vogels afkomen, trekken kleine vogels meestal aan het kortste eind. Neem voor hen dan silo erbij.
  • Silo’s: geschikt voor kleine vogels, want merels, duiven en kauwen kunnen er niet bij. Voordeel: het voer blijft droog en je hoeft zelf niet elke dag de kou in.

Welk voer

  • speciale vogelvoeren voor tuinvogels
  • strooivoer
  • silovoer (alleen voor silo’s)
  • fruit
  • pinda’s
  • vetproducten
  • brood

Maar per vogelsoort kan dit verschillen. De voerwijzer vertelt per vogelsoort wat je kunt aanbieden en hoe je dat het beste kunt doen.

Wat voer je NIET

  • voedsel waarin zout is verwerkt. In kaas en brood zit al meer dan genoeg zout
  • margarine, want die werkt laxerend
  • voedsel dat snel bevriest, zoals appels in kleine stukjes. Geef liever hele appels.
  • margarine en olie of brood met boter aan (water)vogels. Het vet werkt laxerend én het tast waterdichtheid van de veren aan. De vogels worden dan ziek en gaan dood.
  • melk
  • gezouten of gebrande pinda’s of andere noten. Hier zitten voor vogels giftige stoffen in en het is te vet/zout.
  • droge erwten, bonen, linzen of rijst. Dit voedsel is te groot voor de meeste tuinvogels. Let daarom bij aankoop van vogelzaad wat erin zit.

Pas op met plastic netjes
De Vogelbescherming roept op om geen voer en vetbollen in plastic netjes te gebruiken. De netjes zijn gevaarlijk voor vogels, doordat zij er met hun snavels of pootjes in verstrikt kunnen raken. Bijkomend nadeel is dat de netjes vaak als zwerfafval in de natuur terecht komen. Haal de netjes dus van het voer af, voordat je het voer aan de vogels geeft.

Water
Als het vriest, beginnen de problemen. Vooral als er geen sneeuw ligt die vogels kunnen ophappen. Lauw water in het vogelbadje verleidt vogels te gaan badderen. Dat is verkeerd, want dan bevriezen hun veren. Leg een paar grote kiezels erin zodat ze niet kunnen badderen maar wel drinken.

Kopen of zelf maken?
Zaadmengsels koop je bij de dierenwinkel. Bedenk eerst welke vogels er in je tuin zitten en kies de daarvoor passende zadenmix. Vetbollen zijn er in vele kwaliteiten, maar je kunt ze ook makkelijk zelf maken.

Bronnen: Vogelbescherming en Koos Roggeveld Natuurfotografie.

Deel dit bericht!

Meer preventie & advies

Wij helpen dieren in nood! 

  • met vervoer en opvang
  • van zieke, gewonde en gevonden dieren
  • zowel gezelschapsdieren als in het wild levende dieren
  • in Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp.