Dinsdag 2 juli valt er een nestje met merels uit een boom in de Lunterenstraat in Den Haag.
Is het de wind geweest? Of was het een hongerige kat die dacht een heel makkelijk hapje te scoren? We zullen het nooit weten. Een bewoonster van de Lunterenstraat in Den Haag vindt op dinsdag 2 juli in haar voortuin een merel-nestje. De jonge merels, die nog niet kunnen vliegen, zitten verspreid tussen de struiken. Omdat er regelmatig een kat rondloopt, belt ze met onze meldkamer.
Onze ambulancechauffeur Rick krijgt alle vier de baby’s te pakken. Ze krijgen een warm plekje in de couveuse, waar ze kunnen opwarmen en van de schrik kunnen bekomen. Rick brengt ze vervolgens naar vogelopvang De Wulp. Daar krijgen ze een lekker hapje om aan te sterken en zullen ze blijven totdat ze voor zichzelf kunnen zorgen.
Merels maken hun nestjes meestal in struiken of in lage bomen. De nesten zijn vaak makkelijk te vinden, waardoor veel eieren en jongen ten prooi vallen aan kraaien en katten. Gelukkig hebben merels hebben vaak twee en soms wel drie legsels per broedseizoen, met 4 of 5 eieren. Daardoor is het nog steeds de meest voorkomende broedvogel van Nederland. Jongen zitten normaal gesproken 12 tot 15 dagen op het nest. Als ze zijn uitgevlogen, worden ze nog 2 tot 3 weken verzorgd, vaak alleen door het mannetje. Het vrouwtje begint in de tussentijd weer aan een nieuw broedsel. Zij is niet voor de poes!
Beeldmateriaal: Dierenambulance Den Haag. Vrij te gebruiken.




