Begin februari ziet een mevrouw tijdens een wandeling met haar kind en hond een vleermuis lopen. Ze zorgt dat het beestje veilig in een portiek zit en belt dan met de meldkamer.
De meldster wandelt die dag met haar kind en haar hond door de Vermeerstraat in Zoetermeer, wanneer zij op straat een vleermuis ziet lopen. Ze vermoedt dat het veel te koud is voor het beestje en zorgt dat het veilig in een portiek terecht komt. Daarna neemt ze contact op met onze meldkamer.
Onze ambulancechauffeur Wendy ziet dat het om een ruige dwergvleermuis gaat. Helaas kan de vleermuis ons niet vertellen of hij zelf uit zijn winterslaap is ontwaakt, of dat hij is verstoord. Maar wel is duidelijk dat het nachtdiertje levendig is en veel honger heeft. Wendy brengt hem naar ons hospitaal. Daar krijgt hij een lekker ontbijtje van onze medewerkster Cherinda.
Als de vleermuis is aangesterkt, zal hij in het vleermuizenkastje worden gezet. Vanuit daar kan hij weer een veilige plekje zoeken om rustig verder te slapen tot de lente begint.
Ruige dwergvleermuizen zitten in de winter vaak in spouwmuren, onder dakpannen of tussen de betimmering van gebouwen, maar ook in houtstapels of boomholtes. Het zijn, ook door de relatief milde Nederlandse winters, geen diepe slapers. Ze zijn best vaak wakker en omdat ze kiezen voor temperatuurgevoelige winterslaapplaatsen, zoeken ze bij vorst vaak verwarmde huizen op.
Beeldmateriaal: Dierenambulance Den Haag. Vrij te gebruiken.




